1.  • 
  2. Blog
  3.  • Stand van zaken TVL

Het CBB komt terug op een eerdere uitspraak!

Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (het CBB) heeft op 31 mei 2022 een uitspraak gedaan waarin zij als hoogste rechter terugkomt op een uitspraak van 9 november 2021. Wat is er aan de hand?

Een ondernemer had zich in augustus 2010 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met zijn onderneming, een dansschool. In de loop van 2019 staakte hij deze dansschool; per 1 november 2019 besloot hij te beginnen met een boekencafé. Dit bedrijf werd onder hetzelfde KvK-nummer geregistreerd, maar onder de nieuwe handelsnaam en ook de SBI-code werd veranderd van dansschool naar café. Het boekencafé kreeg op 16 januari 2020 de benodigde exploitatie- en Drank- en Horecavergunning en opende toen haar deuren.

Voor Q4 van 2020 had de ondernemer TVL aangevraagd; deze werd afgewezen aangezien het 4e kwartaal van 2019 volgens het RVO als referentieomzet gold en daar was geen omzet in behaald. Omdat er geen sprake was van omzetderving, was er geen recht op TVL. Het RVO hanteerde hier als startdatum van de onderneming augustus 2010 en niet de datum waarop feitelijk met het boekencafé was gestart. Naar de mening van het RVO was afwijking van de TVL door te kiezen voor een andere referentieperiode niet mogelijk, zoals ook was bepaald door het CBB in de uitspraak van 9 november 2021.

Verklaring KvK

Het CBB komt nu echter terug op die uitspraak. Uit een verklaring van de KvK bleek dat bij het geheel wijzigen van de bedrijfsactiviteiten van een onderneming, die is ondergebracht in een eenmanszaak, het gebruikelijk is dat de bestaande registratie onder het door de KvK toegekende KvK-nummer wordt aangepast. Volgens de KvK is het zeer ongebruikelijk om de bestaande registratie in het handelsregister bij het staken van de oorspronkelijk bedrijfsactiviteit en het starten van een nieuwe bedrijfsactiviteit te beëindigen en er dan direct een nieuwe registratie van een (nieuwe) eenmanszaak plaatsvindt. Juridisch gezien bestond hiertoe in dit geval ook geen noodzaak, nu er in het geval van een eenmanszaak geen onderscheid bestaat tussen het privévermogen van de eigenaar en het vermogen van de eenmanszaak. Daar kwam nog bij dat je als natuurlijk persoon maar met één eenmanszaak kunt zijn ingeschreven bij de KvK en dat het uitschrijven van de dansschool en opnieuw inschrijven van het boekencafé tot onnodige kosten zou leiden en ook fiscale gevolgen zou kunnen hebben met betrekking tot het afrekenen van stakingswinst.

Oordeel CBB

Naar het oordeel van het CBB brengt een redelijke uitleg van de TVL in deze situatie daarom met zich mee dat deze ondernemer moet worden aangemerkt als starter, doordat vast stond dat hij met de dansschool was gestopt en per 1 november 2019 een totaal ander bedrijf was begonnen. Gelet op het moment van vergunningverlening, gold als startdatum 16 januari 2020, de dag waarop het boekencafé de benodigde vergunningen heeft verkregen.

Concreet betekent dit dat op grond van artikel 2.1.2 lid 3 sub b van de TVL-regeling als referentieperiode niet de omzet van Q4 van 2019 geldt, maar er wordt gekeken naar de omzet in de periode na 16 januari 2019 tot en met 15 maart 2020. Het RVO zal met inachtneming hiervan opnieuw de TVL-aanvraag moeten beoordelen, waarbij de kans groot is dat er alsnog TVL moet worden verleend.

Contact

Ben jij ondernemer en overweeg je om bezwaar of een beroep aan te tekenen tegen een TVL-besluit? Of wil je advies over de vraag of deze uitspraak ook van toepassing is op jouw situatie? Of ben je op zoek naar advies met betrekking tot de TVL? Neem dan contact met ons op, wij helpen jou graag.

Pin It on Pinterest

Share This