1.  • 
  2. Blog
  3.  • CBB oordeelt: TVL Q4 2020 gedeeltelijk in strijd met het evenredigheidsbeginsel

CBB oordeelt: TVL Q4 2020 gedeeltelijk in strijd met het evenredigheidsbeginsel

21 mrt, 2022

Het is belangrijk om van je te laten horen als je het niet eens bent met een beslissing van de RVO. Dit schreef KHN Advocaten & Juristen al in een eerdere blog over dit onderwerp. In een heel aantal gevallen kun je namelijk tóch in aanmerking komen voor de TVL-subsidie wanneer je bezwaar maakt.

Uitspraak CBB

Dit blijkt inmiddels ook uit de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) van 15 maart 2022. In de kwestie bij het CBB ging het om een ondernemer die niet in aanmerking kwam voor de TVL Q4 2020, omdat zijn bedrijf op 15 maart 2020 niet bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven met een SBI-code zoals vermeld in de bijlage bij de TVL (dan wel met een bedrijfsomschrijving die aansloot bij de TVL). Alleen vielen de feitelijke bedrijfsactiviteiten wel degelijk onder de doelgroep van de TVL. De TVL Q4 2020 heeft dus – ten onrechte – geen voorziening voor deze groep ondernemers. En omdat dit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, oordeelde het CBB dat de subsidieaanvraag daarom niet mocht worden afgewezen. Dit is een vergelijkbare situatie als die van de ondernemer in het eerder genoemde artikel.

Bezwaar aantekenen loont

Ook blijkt uit een andere kwestie waarin KHN Advocaten & Juristen een ondernemer bijstond – waarbij een ondernemer niet in aanmerking kwam voor de TVL Q1 2021, dat het behoorlijk wat geld op kan leveren om geen genoegen te nemen met een afwijzing op een subsidieaanvraag.

In deze kwestie kwam de ondernemer niet in aanmerking voor de TVL Q1 2021 omdat hij niet voldoende omzetverlies kon aantonen ten opzichte van de referentieperiode. De reden hiervoor was dat de ondernemer het bedrijf weliswaar eind 2018 bij de Kamer van Koophandel had ingeschreven, maar pas in juni 2019 is gestart met de feitelijke exploitatie. Omdat de referentieperiode vóór de start van de feitelijke bedrijfsactiviteiten ligt gelegen, namelijk het eerste kwartaal van 2019, had de ondernemer in die periode natuurlijk geen omzet gegenereerd. Zodoende kon er in de subsidieperiode ook geen omzetverlies worden geconstateerd. Vervolgens wees RVO de subsidieaanvraag af. Echter, de ondernemer werd wel degelijk in zijn bedrijfsvoering geraakt door de opgelegde overheidsmaatregelen destijds en tegelijkertijd liepen de vaste lasten door. Inmiddels heeft de RVO het door KHN Advocaten en Juristen ingediende bezwaar gegrond verklaard en ontvangt de ondernemer een voorschot van meer dan €100.000!

Neem contact met ons op

KHN Advocaten en Juristen staan ondernemers in dergelijke gevallen regelmatig met succes bij. Ben je het niet eens met de beslissing van de RVO op een door jou ingediende TVL aanvraag? Of heb je ander juridisch advies nodig? Aarzel dan niet om contact op te nemen met KHN Advocaten & Juristen. Ons team werkt nauw samen met KHN om voor jou het beste resultaat te behalen. We zijn in onze aanpak en ons advies heel transparant en hanteren altijd een redelijke benadering die is gericht op het belang van de ondernemer. Dit alles met een echte ervaring in de horeca. Neem contact op met KHN Advocaten & Juristen en samen kijken we of we ook voor jou bezwaar kunnen indienen tegen een beslissing van de overheid

  1.  • 
  2. Blog
  3.  • CBB oordeelt: TVL Q4 2020 gedeeltelijk in strijd met het evenredigheidsbeginsel

Pin It on Pinterest

Share This